zoeken
ZOEK
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
disclaimer & copyrights
ga een pagina terugvergroot de tekstverklein de tekstdruk deze pagina af
Categorie: Maligne ziekten (kanker)
Sentinel Node Bioptie bij borstkanker (SNB bij mammacarcinoom)

Klik op "Operatie in beeld" voor afbeeldingen met betrekking tot deze operatie


Inleiding
Deze folder geeft u informatie over de procedure bij het verwijderen van een schildwachtklier. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.


Achtergrond van deze behandeling
Bij een operatie voor borstkanker werden inhet verleden behalve de tumor, ook de lymfeklieren (ongeveer 10 tot 20) uit de oksel verwijderd, het zogenaamde okselkliertoilet. De lymfeklieren worden onderzocht om te kijken of er uitzaaiingen in zitten. Dit is van belang om eventueel aanvullende behandeling (medicijnen en/of bestraling) te adviseren.
In bepaalde situaties, bijvoorbeeld wanneer er klieren in de oksel zijn te voelen, is de kans op uitzaaiingen zo groot, dat het okselkliertoilet als standaard ingreep zal worden uitgevoerd. Maar wanneer er geen klieren te voelen zijn in de oksel, komt het regelmatig voor (bij meer dan de helft van de vrouwen) dat, wanneer er een okselkliertoilet wordt uitgevoerd, er geen uitzaaiingen in de lymfeklieren worden aangetroffen.
Achteraf blijkt het weghalen van de lymfeklieren dan een overbodige ingreep te zijn geweest. Dat is jammer, want het verwijderen van de lymfeklieren (oftewel okselkliertoilet) kan aanleiding geven tot klachten, zoals:



  • gevoelsstoornis onder de arm en aan de zijkant van de romp

  • verhoogde gevoeligheid voor infecties aan de arm

  • bewegingsbeperking van de schouder

  • een dikke arm (lymfoedeem)

Daarom is gezocht naar een methode om het onnodig verwijderen van de okselklieren te voorkomen en toch dezelfde informatie te krijgen over de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen hierin.


Operatie techniek
Deze operatie techniek maakt het mogelijk de belangrijkste lymfeklier op te sporen, die via een lymfevat rechtstreeks in verbinding staat met het gezwel in de borst. Deze lymfeklier (sentinel node of schildwachtklier of poortwachterklier) bevindt zich meestal in de oksel, een enkele keer naast het borstbeen. Soms gaat het om meer dan ťťn klier. Zoín klier wordt als eerste aangetast wanneer het gezwel zich gaat uitzaaien via de lymfebanen. Pas daarna worden de overige lymfeklieren aangetast.


In onderzoek is de waarde van deze behandeling onderzocht. De schildwachtklier kan bij meer dan 90% van de patiŽnten worden gevonden. Als bij microscopisch onderzoek geen tumorcellen in de verwijderde klier worden gevonden is dit bij meer dan 95% van de vrouwen correct. Bij een kleine groep patiŽnten (minder dan 5%) wordt de uitzaaiing gemist; de schildwachtklier is dan schoon, terwijl er in andere klieren in de oksel toch tumorcelletjes voorkomen. Wanneer deze na verloop van tijd toch tot ontwikkeling komen kan alsnog een okselkliertoilet worden verricht, gevolgd door aanvullende behandeling (medicijnen en/of bestraling).
Voor de behandeling van de kwaadaardige tumor zťlf heeft deze procedure geen gevolgen. Het voordeel van deze beperkte operatie (alleen verwijderen van de schildwachtklier) is dat de eerder genoemde nadelen van het okselkliertoilet nog maar bij een klein deel van de patiŽnten zullen optreden.


De procedure
Om de schildwachtklier te kunnen opsporen wordt een kleine hoeveelheid van een radioactieve stof met een injectie om het gezwel of de plaats waar het gezwel heeft gezeten, ingespoten. Dit gebeurt op de ochtend van de operatie of de middag ervoor. Deze vloeistof stroomt van het gezwel door het lymfevat naar de schildwachtklier. Na verloop van enige tijd kan men, door fotoís te maken (dit duurt ongeveer twee keer15 minuten), zien in welk gebied de schildwachtklier moet worden gezocht. Meestal is dit in de oksel, soms naast het borstbeen. Met een stift wordt deze plaats op de huid aangetekend. Dat er een klier zichtbaar wordt betekent niet dat er ook een uitzaaiing in de klier zal zitten, het is immers de schildwachtklier die nog onderzocht moet worden.


Bij de operatie wordt, nadat u in slaap bent gemaakt, een kleine hoeveelheid blauwe inkt om het gezwel of op de plaats waar het gezwel heeft gezeten, ingespoten. Ook deze kleurstof stroomt via de lymfebanen naar de schildwachtklier. Deze kleurt nu blauw en is bovendien nog steeds radioactief. Bij de operatie kan de chirurg nu de schildwachtklier goed herkennen aan de blauwe kleur en aan de resterende radioactiviteit. De schildwachtklier wordt verwijderd; deze procedure neemt ongeveer een half uur tijd in beslag.


Vervolgens wordt een borstsparende operatie, een borstamputatie of een andere procedure verricht, zoals tevoren met u is besproken. Het aangemerkte kliermateriaal wordt naar de afdeling Pathologie gestuurd voor microscopisch onderzoek, om vast te kunnen stellen of er uitzaaiingen zijn. Als deze niet worden gevonden worden de overige lymfeklieren niet verwijderd. Wanneer er wel uitzaaiingen in de schildwachtklier worden gevonden dan zullen ook de overige lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd.
Afhankelijk van de procedure van het microscopisch onderzoek in uw ziekenhuis zal dat okselkliertoilet tijdens dezelfde of een volgende aparte operatie plaatsvinden. Bij een zogenaamde negatieve schildwachtklier (geen tumorcellen gevonden) blijft er een kleine kans dat er bij nader microscopisch onderzoek in de schilwachtklier toch tumorcellen zitten. Uw vooruitzichten lijken hierbij niet ongunstiger te zijn dan wanneer de lymfeklieren direct waren verwijderd.
Als het tijdens de operatie bij borstkanker niet lukt de schildwachtklier op te sporen zal de standaard operatieve behandeling volgen, waarbij de lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd, het zogenaamde okselkliertoilet.


Bijwerkingen
Van de radioactiviteit zijn geen bijwerkingen te verwachten. De hoeveelheid radioactiviteit die wordt toegediend geeft minder dan 25% van de natuurlijke stralen belasting waaraan u in Nederland per jaar bloot staat. De blauwe kleurstof die tijdens de operatie wordt ingespoten kan er voor zorgen dat uw urine gedurende de eerste dagen na de operatie groen van kleur is. Ook kan het gebied waar de blauwe inkt is ingespoten enkele weken tot maanden blauw verkleurd blijven.


Wat gebeurt er als u niets voelt voor deze operatie techniek?
Als u niets voelt voor deze okselklier besparende behandeling zal de standaard operatieve behandeling worden uitgevoerd, waarbij de lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd tijdens de borstsparende operatie of borstamputatie.


Voor een beeldverslag van een borstsparende ingreep of voor een borstamputatie met schildwachtklierprocedure klikt u op 'Operatie in beeld'.


Na de operatie
De gang van zaken na de operatie zal doorgaans bepaald worden door de ingreep aan de borst. Er blijft meestal een drain in het wondgebied van de borst achter, die veelal na 1 of 2 dagen kan worden verwijderd. Als er een okselkliertoilet is verricht zit er ook een drain in het gebied waar de okselklieren hebben gezeten; deze zal na enkele dagen worden verwijderd. Dit kan eventueel poliklinisch.
De definitieve uitslag van het microscopisch onderzoek van de schildwachtklier en de overige lymfeklieren duurt ongeveer 10 tot 14 dagen. Als er geen uitzaaiingen zijn en de tumor in de borst voldoende ruim verwijderd is, dan bent u wat betreft de chirurgische behandeling klaar. Bij borstbesparende behandeling volgt dan uiteraard nog de bestraling. Soms wordt toch nog een aanvullende behandeling met medicijnen gegeven. Wanneer alsnog uitzaaiingen in de schildwachtklier worden gevonden, zal opnieuw een operatie nodig zijn waarbij de resterende lymfeklieren in de oksel worden verwijderd.


Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vůůr uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.


Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.


Bron: deze informatie is samengesteld door de Commissie Voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (2005).

laatste aanpassing van deze pagina: 25-6-2007
 
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag.