zoeken
ZOEK
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
disclaimer & copyrights
ga een pagina terugvergroot de tekstverklein de tekstdruk deze pagina af
Categorie: Vaatstelsel
Vernauwde halsslagader

Klik op "Operatie in beeld" voor afbeeldingen met betrekking tot deze operatie

INLEIDING
Hier vindt u een globaal overzicht van de klachten en oorzaak van een vernauwde halsslagader en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.

WAT IS EEN (HALS)SLAGADER?
In het menselijk lichaam worden zuurstof en andere bestanddelen vervoerd van het hart naar de weefsels door middel van de bloedsomloop. Globaal kunnen we de bloedsomloop indelen in bloedvaten welke het zuurstofrijke bloed van het hart naar de weefsels toe, en vaten welke het zuurstofarme bloed van de weefsels weg vervoeren. De eerstgenoemde bloedvaten zijn de slagaders of ook wel arteriën genoemd. De laatstgenoemden zijn de aders of venen.

Zodoende zijn er ook slagaders die zuurstofrijk bloed naar de hersenen toe transporteren (de zogenaamde arteria carotis). Deze slagader loopt in de hals, tussen de uitwendig zichtbare schuine halsspier (de musculus sternocleidomastoïdeus) en de luchtpijp in. Hij splitst in een tak die het aangezicht voorziet en een tak welke rechtstreeks naar de hersenen loopt (respectievelijk de arteria carotis externa en interna). Dit zijn niet de enige slagaders die de hersenen van bloed voorzien. Hiernaast loopt er aan iedere kant van de luchtpijp (langs de wervels) ook nog de arteria vertebralis.

Eenmaal in de hersenpan vormen deze vier slagaders (2 art. carotis en 2 art. vertebralis) een cirkel of rotonde en staan zodoende met elkaar in verbinding. Deze "slagader-ring" noemen we de "cirkel van Willis". Vanuit deze ring ontspringen de verschillende takken die uiteindelijk de hersenen van bloed voorzien.

HOE ONTSTAAT EEN VERNAUWDE HALSSLAGADER?
Zoals ook op andere plaatsen in het lichaam ontstaan vaatvernauwingen meestal op basis van slagaderverkalking ofwel atherosclerose.
Atherosclerose ontstaan doordat op een bepaalde plaats in de bloedvatwand bloedplaatjes, cholesterol en gladde spiercellen zich opeenhopen. Deze "beschadigde" plaatsen noemen we plaques. In de normale situatie probeert het lichaam deze plaatsen te herstellen waardoor echter juist bloedcellen (waaronder bloedplaatjes) samenklonteren op diezelfde plaats. Uiteindelijk zal er ook kalk afzetten in deze plaques waardoor ook een vaatvernauwing zal ontstaan.

Hoewel de directe oorzaak voor dit proces niet vaststaat blijken er wel degelijk risicoverhogende factoren te bestaan;

Leeftijd
Plaquevorming begint ongeveer op uw twintigste levensjaar al. Gelukkig bestaat er dan geen vaatvernauwing en heeft dus vrijwel niemand er last van. Naarmate de leeftijd toeneemt zullen ook de afwijkingen toenemen.

Geslacht
Atherosclerose komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen hoewel het aantal vrouwen toeneemt in verband met de veranderen rookgewoonten enkele decennia terug.

Roken
Het wel of niet ontwikkelen van atherosclerose is direct afhankelijk van het aantal gerookte sigaretten in het verleden. Die atherosclerose kan aanleiding geven tot vaatvernauwingen op diverse plaatsen in het lichaam en daarom oorzaak zijn van een hartinfarct (de kransslagaders), herseninfarct (de halsslagaders) of etalagebenen (de slagaders naar de benen). Bovendien verhoogt roken het risico op long-, blaas- en mond/keel-kanker. In 1958 rookte nog 90 % van de mannelijke Nederlandse bevolking en 29 % van de vrouwen. In 1986 waren die percentages respectievelijk 42 en 34 %.

Hoge bloeddruk (hypertensie)
Wanneer iemand hoge bloeddruk heeft zal verlaging daarvan een beduidend lager risico geven op het ontstaan van een herseninfarct. In geval van een hartinfarct is dat minder duidelijk.

Te hoog cholesterol (hypercholesterolaemie)
Atherosclerotische plaques bevatten veel cholesterol. Verlaging van een (te) hoog cholesterol-gehalte in het bloed verlaagt het risico op atherosclerose. Dit geldt met name voor een hartinfarct.

WELKE KLACHTEN GEEFT EEN VERNAUWDE HALSSLAGADER?
Doordat er vernauwingen in de halsslagader aanwezig zijn kan het gebeuren dat er tijdelijk te weinig bloed naar de hersenen stroomt, of dat de slagader geheel verstopt raakt. Dit brengt de bloedvoorziening naar de hersenen in gevaar en kan in beide gevallen neurologische (uitvals) verschijnselen veroorzaken. Wanneer deze uitvalsverschijnselen van tijdelijke aard zijn noemt men dit een TIA (Transient Ischaemic Attack), als dit blijvende schade veroorzaakt een CVA (Cerebro Vascular Accident).

Onderzoek heeft uitgewezen dat een hoog percentage van de mensen die een beroerte (of CVA) kreeg, vooraf waarschuwingen van het lichaam hadden bemerkt. Dit zijn dan TIA's die zich kunnen uiten in tijdelijk verlies van spraak of moeilijk bewegen van een arm of been. Het meest bekende symptoom is het plotseling wegvallen van het gezichtsvermogen van één oog (amourosis fugax) wat de indruk wekt dat "een gordijn wordt neergelaten". Ook merkwaardige gevoelens of doofheid aan één arm of been, moeilijk praten of een afhangende mond kunnen hierbij passen.

ONDERZOEK
Gelukkig krijgt niet iedereen met vernauwde halsslagaders ook een beroerte of TIA's. Veel mensen hebben helemaal geen klachten.
Wanneer dergelijke klachten ontstaan zal uw huisarts u in de regel naar de neuroloog verwijzen om te achterhalen of er werkelijk sprake was van een TIA of CVA. Meestal wordt er dan een CT scan gemaakt van de hersenen om te zien of die zijn aangedaan. Verder worden hoge bloeddruk, te hoog cholesterol en overgewicht uitgesloten en zo nodig behandeld.

Duplex
Een duplexonderzoek is een onderzoek waarbij de combinatie van geluidsgolven (Doppler) en echo wordt gebruikt. Zodoende kan een vernauwing worden opgespoord en bepaald hoe ernstig die is, aan de hand van de stroomsnelheden van het bloed. Dit onderzoek word niet als standaard in ieder ziekenhuis gebruikt, maar er zijn ook ziekenhuizen die vrijwel uitsluitend dit onderzoek gebruiken.

Angiografie
Zodra de verdenking op een ernstige, klachten veroorzakende, vernauwing bestaat, zal vaak een contrastonderzoek van de halsslagaders worden gedaan.
Hierbij wordt een katheter ingebracht via de lies, welke opgeschoven wordt tot vlak bij de oorsprong van de halsslagader (in de grote lichaamsslagader, de aorta). Via deze katheter wordt een contrastvloeistof toegediend zodat plaatjes van de bloedvaten gemaakt kunnen worden. Op deze manier kan de hele bloedbaan worden beoordeeld van de aorta tot aan de cirkel van Willis.

WANNEER MOET U GEOPEREERD WORDEN?
Wanneer u inderdaad een TIA hebt doorgemaakt en dit blijkt op basis van een vernauwde halsslagader te zijn, is een operatie noodzakelijk. Absolute operatie-indicaties zijn TIA's bij iemand met een vernauwing van méér dan 70 %. Tevens bestaan een operatie-indicatie als er een vernauwing bestaat zónder klachten van méér dan 70 %, wanneer de halsslagader aan de andere kant geheel DICHT zit.

Indien een vernauwing minder dan 70 % bedraagt, stroomt er in principe voldoende bloed door de slagader om de hersenen te voorzien. In individuele gevallen zijn er ook nog andere operatie-indicaties die uw behandelend vaatchirurg met u kan bespreken.

Het is niet zinvol om een halsslagader die al helemaal dicht zit, opnieuw open te maken. De gehele bloedbaan achter de vaatvernauwing zal in dat geval namelijk ook al dicht zijn zodat het bloed nóg niet weg kan stromen naar de hersenen.

WAT IS HET NUT VAN EEN OPERATIE?
Wat we met een operatie willen bereiken is NIET het verhelpen van de eventueel al ontstane uitvalsverschijnselen. Dit betreft immers onherstelbare schade waar door middel van een operatie niets aan gedaan kan worden. Wat we WEL hiermee bereiken is het voorkomen van een invaliderend of levensbedreigend CVA.

De operatie aan de halsslagader is niet geheel zonder risico. U zult begrijpen dat het noodzakelijk is om de halsslagader tijdelijk af te klemmen (om "droog" te kunnen opereren) zodat er gedurende die tijd ook geen bloed via deze weg naar de hersenen stroomt. Omdat in de hersenen de Cirkel van Willis bestaat, die tevens van bloed voorzien wordt door andere slagaders, loopt de voorziening van de hersenen in de regel geen gevaar. Dit wordt gecontroleerd doordat tijdens de operatie de neuroloog de hersenfunctie beoordeeld direct na afklemmen van de halsslagader.

Dat afklemmen van de slagader veroorzaakt uiteraard minuscule loslatingen van de atherosclerotische plaque. Deze kunnen naar de hersenen meestromen. Het betreft namelijk een kalkhoudende laag die snel brokkelt. Dit loslaten van die kleine stukjes plaque kan op zich ook symptomen geven, zelfs dusdanig dat er een CVA ontstaan. Terwijl we dat nou juist wilden voorkomen! De kans hierop bedraagt ongeveer 2 tot 5 %.

De kans om gedurende de komende 5 jaar een beroerte te krijgen, wanneer we NIET opereren, bedraagt echter 30 tot 50 %.

DE OPERATIETECHNIEK
Er zijn verschillende operatietechnieken voor dit ziektebeeld. Hieronder zal alleen de in Nederland meest gebruikelijke techniek worden beschreven.
De operatie vindt altijd onder algehele narcose plaats. Zodra u onder narcose bent zullen op uw hoofd vele draadjes (electrodes) aangebracht worden. Dit is nodig om uw neuroloog in staat te stellen een Electro Encefalogram (een EEG ofwel "hersenfilmpje") te maken tijdens het opereren. Dit aanbrengen is een uiterst zorgvuldige bezigheid die zo"n 30 minuten duurt. Met behulp van het EEG kan de activiteit (welke afhankelijk is van de doorbloeding) van de hersenen worden gemeten.

Hiernaast ziet u de ligging tijdens operatie en de plaats van het litteken.

U wordt in rugligging geopereerd waarbij uw hoofd iets naar achter en naar de niet aangedane zijde wordt gebogen (zie afbeelding). De incisie (huidsnede) zal meestal in de lengterichting verlopen, langs de voorrand van de schuine halsspier (musculus sternocleidomastoïdeus). Zodoende wordt de splitsing van de halslagader (de zgn. carotisbifurcatie) goed zichtbaar. Op dit niveau splitst namelijk de grote halsslagader (carotis communis) in een voorste tak naar het aangezicht (de carotis externa) en een achterste tak die naar de hersenen loopt (de carotis interna). Met behulp van een wondspreider en enkele haakjes wordt de wond opengehouden (zie afbeelding operatiegebied).

Hier ziet u het operatiegebied voor een carotis-operatie

Met behulp van zo"n haakje worden onder andere belangrijke structuren in de hals apart gehouden. Eén van die structuren is de zenuw die naar de onderrand van de kaak en mondhoek toeloopt. Soms is het mogelijk dat u na de operatie last hebt van een doof gevoel of tintelingen in dit gebied. Het betreft dan meestal een kneuzing van die zenuwtak door de operatiehaakjes die na verloop van tijd zal verdwijnen.

Een andere zenuw die in de hals loopt is de stembandzenuw die er voor zorgt dat één van de twee stembanden goed bewegen. Ook deze zenuw wordt uiteraard met zorg behandeld tijdens de ingreep maar kan gekneusd raken waardoor een voorbijgaande heesheid optreedt.

De symptomen veroorzakende verstopping is altijd gelocalieerd in de arteria carotis interna, welke naar de hersenen loopt. Om hier zonder problemen aan te kunnen opereren is het nodig om de bloedstroom hier te onderbreken. Dit doen we door een klem te plaatsen op, of een teugel te leggen om, de arteria carotis communis, alsmede op de twee afslitsingen hiervan, de carotis interna en externa. Zodoende kunnen we "droog" opereren. Om een bloedstolsel (een thrombose) in het afgeklemde vat te voorkomen, krijgt u een bloedverdunner via de bloedbaan toegediend.

Vóórdat we echter verder opereren worden deze vaten als proef afgeklemd, om te zien of er via de andere bloedvaten voldoende bloed naar de hersenen blijft stromen. Dit controleert de neuroloog door middel van het EEG. Als dit géén veranderingen laat zien wordt er verder geopereerd. In een enkel geval is het nodig om de bloedstroom via een tijdelijke omleiding toch door te laten stromen in het operatiegebied. Dit noemen we een shunt, welke vanaf de carotis communis naar de carotis interna zal worden geleidt. Dit is echter zelden nodig.
Zodra de vaten zijn afgeklemd zal de splitsing van de halsslagaders worden geopend, en de verstopping uit het bloedvat worden "gelepeld". De verkalkte binnenwand is namelijk meestal goed te scheiden van de rest van de slagader. Hierna wordt het bloedvat weer gesloten, waarbij we een stukje kunstvat gebruiken (een zogenaamde patch). Dit is om een nieuwe vernauwing ter plaatse van de hechtingen te voorkomen. Meestal wordt gebruik gemaakt van een stukje kunstvat maar soms wordt een stukje van uw eigen aders gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld uit de spatader van de lies worden gehaald. Zodoende is het mogelijk dat u tevens een littekentje in de lies hebt.

Een wonddrain wordt over het algemeen in het operatiegebied achter gelaten en de huid wordt onderhuids (intracutaan) met een zelfoplossende hechting gesloten.. Na de operatie wordt door de chirurg een kort voorlopig neurologisch onderzoek verricht. U zult daarna naar de uitslaapkamer gaan (de recovery) en daarna naar de verpleegafdeling. Hier zal met name worden gelet op de bloeddruk, een eventuele zwelling van de hals, en uw neurologische toestand.

U zult starten met een bloedverdunner om de bloeddoorstoming naar de hersenen optimaal te garanderen. Over het algemeen kunt u na drie tot vier dagen het ziekenhuis verlaten. Een afspraak bij de vaatchirurg zal dan worden gemaakt en na ongeveer drie maanden volgt een Doppler-onderzoek om nog eens de toestand van de halsslagaders te beoordelen.

BRON
Deze informatie werd samengesteld door Surgical Patient Information Services.
laatste aanpassing van deze pagina: 12-8-2005
 
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag.